Het onderscheidend vermogen van de hosters in de MT1000

In de de MT1000 van 2019, de ranglijst met de 1.000 beste zakelijke dienstverleners van Nederland staan dit jaar 8 hosters. Een absolute topprestatie wordt daarbij geleverd door TransIP dat in de overal ranking maar liefst de derde positie inneemt en daarmee de op twee na beste zakelijke dienstverlener van Nederland is. Daarnaast staan ook Antagonist (#133), Strato (#208), KPN Internedservices (#584), Hostnet (#787), HostingDirect (#810), One.com (#834) en Vimexx (#910) in de lijst.

Interessant is de vraag hoe deze lijst wordt samengesteld. De onderzoeksverantwoording geeft daarop het antwoord:

Voor het onderzoek zijn 58 verschillende vakgebieden gedefinieerd, variërend van strategieadvies tot digital storing en van kantoorinrichting tot corporate finance. Voor elk van deze categorieën zijn door de redactie groslijsten gemaakt. Deze lijsten bevatten de grootste en bekendste leveranciers in hun vakgebied.

Bij de uiteindelijke ranking speelt naast de score ook het aantal respondenten mee dat contact met een bepaald bedrijf heeft gehad:

Vervolgens werd per vakgebied een rangschikking gemaakt op basis van (1) de Net Promotor Score, (2) de waardering op de drie dimensies van Treacy en Wiersema en (3) het aantal respondenten dat contact had met een leverancier . De bedrijven die de ranglijsten aanvoeren, worden dus niet alleen erg goed gewaardeerd door hun klanten. Het zijn ook relatief véél klanten die voor deze bedrijven kiezen.

De bedrijven hebben zichzelf dus in de kijker gespeeld bij de redactie als bij een grote groep klanten die voor de bedrijven gekozen hebben. Daarnaast zijn die klanten ook nog eens tevreden over de dienstverlening van het bedrijf. Dat roept de vraag op wat het onderscheidend vermogen van de verschillende bedrijven is.

TransIP, dat tegenwoordig zelf weer met Combell is gefuseerd tot Team Blue behoort als concern tot het grootste hostingbedrijf van de Benelux. Het belangrijkste onderscheidend vermogen van TransIP is als je het mij vraagt de focus op superieure automatisering en techniek. Daarbij kiest het bedrijf ook voor oplossingen die daadwerkelijk innovatief zijn. In de tijd dat een .nl-domeinnaam enkel nog kon worden geregistreerd door een papieren formulier in te vullen bood TransIP de mogelijkheid aan om deze online met een Java-applet met je muis digitaal te ondertekenen. Later wist TransIP zich in de kijker te spelen door het VPS platform van het bedrijf in één klap volledig over te zetten op SSD schijven. De oude HDD’s werden vervolgens door het bedrijf gebruikt voor het Stack platform waarmee het bedrijf een alternatief bood voor Amerikaanse aanbieders van opslagddiensten.

De naam Antagonist zegt het al. Het is een partij die dingen net even anders doet. Support werd vroeger vooral via het forum van het bedrijf geleverd en daarnaast per e-mail. Ondanks de beperking hoe de support wordt geleverd stelt het bedrijf dat service boven alles gaat. De waardering van de klanten in de MT1000 lijkt dat ook te bevestigen. Ook zet Antagonist sterk in op automatisering en vernieuwende technieken. Door de oprichter van Antagonist is ook Patchman opgericht dat automatisch lekken in software dicht en zo voorkomt dat hier misbruik van kan worden gebruikt. Dit zusterbedrijf is enkele jaren geleden door een grote Amerikaanse partij overgenomen. Ook was Antagonist één van de eerste aanbieders in Nederland webhosting aanbied die in een geïsoleerde omgeving met gegarandeerde resources laat draaien zodat klanten geen last hebben van websites van andere klanten die er op draaien.

Strato, de verschrikkelijke televisiereclames van dit Duitse bedrijf zijn niet te missen. De country manager van Strato vertelde mij eens dat de reclames misschien irritant gevonden worden door mensen. Daar staat tegenover dat ze werken. Dat het bedrijf in de MT1000 staat is daar ook weereens een bevestiging van. Strato is heel erg goed in marketing. Toen ik zelf jaren geleden eens in Berlijn op de koffie was bij het bedrijf als journalist kwam ik ook langs een muur die vol hing met alle advertenties die het bedrijf door de jaren heen in (Duitse) tijdschriften had laten publiceren. Daarnaast is Strato ook erg goed in het onderhouden van banden met de pers. Dat ze de redactie van MT zijn opgevallen al zijn er natuurlijk ook een groot aantal tevreden zakelijke beslissers noodzakelijk om in de MT1000 te worden opgenomen.

KPN Internedservices is een partij die goed aansluit bij groot zakelijke klanten. Het signatuur van de voormalige CEO van het bedrijf, die tevens één van de oprichters en voormalig voorzitter van de DHPA is, heeft een organisatie opgebouwd met een duidelijk profiel. Toen ik eerder vandaag de aanbesteding van de hosting van de website van de Kamer van Koophandel doornam zag ik dat deze aanbesteding in 2015 door het bedrijf is gewonnen. De eisen die door de KvK worden gesteld zijn pittig. Daar moet je goed als bedrijf op kunnen aansluiten. KPN Internedservices is duidelijk in staat om dat te doen. Uit het feit dat het bedrijf in de MT1000 staat blijkt ook dat het bedrijf nog steeds populair bij klanten is.

Hostnet is een partij die bij mij vooral bekend is doordat ze veelvuldig adverteren. In een eerder artikel op deze website schrijf ik over hoe door Hostnet een onderzoek over de keuze voor een bepaalde hosting aanbieder wat mij betreft helemaal verkeerd wordt uitgelegd. Het bedrijf gaat er prat op dat het naar eigen zeggen een excellente service aan zijn klanten levert. Uit het eigen onderzoek bleek namelijk dat dit voor klanten het doorslaggevende criterium is omdat voor klanten de techniek van hosting één pot nat lijkt. Het onderscheidende vermogen van Hostnet komt daarom op mij over als het feit dat het bedrijf een bepaald beeld neer weten te zetten. Namelijk dat het bedrijf een excellente service levert aan klanten die beter is dan die van andere hosters.

HostingDirect.nl is een handelsnaam van Today Concepts. Het bedrijf bestaat verder ook nog uit Internet Today. Daarnaast is er ook nog het zusterbedrijf Oxxa.com. Het is interessant om te zien dat één bepaalde handelsnaam van een bedrijf de MT1000 heeft gehaald. De oprichter van het bedrijf was altijd prominent in de branche aanwezig en vooral gefocust op het binnenhalen van partners. Het was ook echt een innovator die flink wat werk heeft verzet om een positie in de branche zelf te krijgen. Zo was het één van de eerste bedrijven in de branche die zelf ICANN geaccrediteerd was. Tijdens de twee edities van Hostingcon Europe werd door hem een side-event georganiseerd. Daarna begon hij zelfs voor een jaarlijks terugkerende partnerdag.

One.com heb ik zelf nooit contact mee gehad en in de Nederlandse digitale infrastructuursector kan ik mij niet herinneren dat ik ooit met een vertegenwoordiger van het bedrijf gesproken heb of überhaupt maar contact heb gehad. Mijn vermoeden is daarom dat het vooral de veelvuldige online en offline advertentie campagnes van het bedrijf zijn die ervoor hebben gezorgd dat het bedrijf bekendheid heeft en daarnaast natuurlijk ook over een grote schare aan klanten beschikt die ook nog eens te spreken zijn over het bedrijf.

Vimexx is een partij waarover door de jaren nogal wat te doen is geweest. Oorspronkelijk was het bedrijf onderdeel van een stichting dat beloofde de winst in de onderneming te herinvesteren. Daarnaast was er ook nogal wat te doen over de vraag wie er daadwerkelijk achter het bedrijf zaten. Interessant was ook dat op enig moment de stichting toch werd ingeruild voor een commerciële rechtspersoon. Het bedrijf is enige tijd geleden overgenomen door Team Blue en maakt daarmee uit van hetzelfde concern als de hoogst genoteerde hoster. Klanten van het bedrijf zijn er vanaf het begin af aan juist zéér tevreden over. Het was voor veel klanten die met een andere prijsvechter in de markt niet tevreden waren een verademing omdat de kwaliteit en service aanzienlijk hoger zouden liggen bij het bedrijf. Het belangrijkste onderscheidende vermogen van het bedrijf lijkt daarbij een persoonlijke warme benadering van klanten te zijn.

Het vergelijken van de storage van virtuele servers in de praktijk

De betrouwbaarheid van een virtuele server is voor een groot deel afhankelijk van de storage waar gebruik van wordt gemaakt. In dit artikel vergelijk ik wat verschillende aanbieders van VPS’en vertellen over de storage waar gebruik van wordt gemaakt. Daarbij ben ik opnieuw de lijst met aanbieders op ISPGids.com langs gegaan met de partijen die niet al in mijn vorige artikel aan bod zijn gekomen.

De eerste aanbieder is PCextreme. Het enige dat ik over de gebruikte storage kan vinden is de beschrijving “100% NVMe en SSD” op de homepage. Wanneer ik naar de pagina over de virtuele servers (door PCextreme “Cloud Servers” genoemd) kom ik helemaal niks tegen over de wijze waarop dat is ingericht. Dat is opvallend gezien de CTO van PCextreme ook oprichter en CTO van Ceph specialist 42on is. Ceph open source software die unieke mogelijkheden biedt. Helaas is dus niet duidelijk of dat ook voor de virtuele servers van PCextreme wordt gebruikt of dat er een andere oplossing is gekozen.

Bij Argeweb zie ik een vergelijkbaar beeld. Er wordt alleen vermeld dat er gebruik gemaakt wordt van SSD opslag. De enige indicatie die ik krijg over het soort opslag is deze tekst: “Met een VPS server voorzien van SSD harde schijven is er een hogere lees- en schrijfsnelheid”. Dit impliciert dat de opslag lokaal is en er dus géén gebruik wordt gemaakt van gecentraliseerde opslag zoals met een SAN of het eerder genoemde Ceph. Hoe de storage daadwerkelijk is ingericht blijft gissen op basis van de informatie die op de website van Argeweb staat.

Ook bij Danteck zie ik enkel expliciet dat er gebruik wordt gemaakt van SSD opslag. Het blijft ook hier gissen hoe de storage precies is ingericht. Ik lees dat er sprake is van een “Automatische fail-over” met als verdere uitleg: “Volledig redundant netwerk. Bij uitval automatisch overgeschakeld naar een alternatief pad.”. Het is mij daarbij echter niet duidelijk of dat dit slaat op het IP-netwerk of dat dit ook slaat op de hardware zoals de VPS zelf en de storage die daar voor gebruikt wordt.

Jouwhost is de eerste aanbieder waarbij uit de tekst met een bepaalde mate van zekerheid uit kan worden opgemaakt dat er sprake is van lokale SSD opslag: “Onze virtuele servers worden gehost op de nieuwste en snelste machines voorzien van solid state disks met als hypervisor KVM”. Ook op een andere plaats lijkt te worden bevestigd dat de host servers zelf voorzien zijn van de SSD schijven: “Onze VPS servers zijn voorzien van SSD opslag. Dit zorgt ervoor dat hoge lees en schrijfsnelheden mogelijk zijn.”

Nog explicieter is DirectVPS: “Super snelle SSD’s in razend snelle servers geven je VPS de performance die je nodig hebt.”. Dit is héél duidelijk. De SSD schijven zitten in de host server zelf. Er is dus géén sprake van centrale opslag maar de data van de VPS wordt op de host zelf lokaal opgeslagen. Als klant weet je dus wanneer je een VPS besteld wat je in dat opzicht krijgt.

TransIP is de eerste partij die ik tegenkom die volledig duidelijk maakt hoe hun storage in elkaar zit: “Ons zelfontwikkelde VPS-platform maakt gebruikt van netwerkopslag”. Daarnaast legt het bedrijf ook uit hoe welke techniek daarvoor gebruikt wordt: “Ons VPS-storageplatform is volledig uitgerust met solid state drives en maakt gebruik van ZFS”. Daar blijft het niet bij ook de techniek van additionele HDD opslag en snapshots wordt uitgelegd. Als klant van TransIP weet je precies hoe de gebruikte storage in elkaar zit.

Ook CJ2 geeft een glasheldere uitleg over hoe hun storage in elkaar zit: “De storage is opgebouwd eveneens op HPE servers met razendsnelle SSD’s met daarop CEPH object storage met 3-weg replicatie.”. Het is dus volstrekt duidelijk dat de opslag gecentraliseerd is, er gebruik wordt gemaakt van SSD schijven en dat data op drie verschillende plaatsen wordt opgeslagen. Terecht merkt CJ2 dan ook op: “Deze combinatie voorkomt downtime en dataverlies in geval van uitval van hardware of tijdens onderhoud van het platform”.

De laatste twee hosters in deze lijst TransIP en CJ2 laten wat mij betreft precies zien hoe het moet. Als klant weet je precies hoe de storage van de VPS die je bij een van deze aanbieders afneemt in elkaar zit. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet over de vraag of lokale of centrale opslag van de data beter is. Waar het om gaat is dat de klant een goed beeld heeft hoe de storage achter de VPS in elkaar zit. Dat zorgt er namelijk voor dat een klant een goede vergelijking kan maken tussen verschillende aanbieders.

Een goed voorbeeld van onzin verkopen door een hoster

Waar moet je als klant opletten bij het vergelijken van webhosting. Eergisteren schreef ik dat hosters de blik van klanten vooral laten richten op wat zij belangrijk vinden. Vandaag is door Yourhosting een blog gepubliceerd met de vraag welk hostingpakket bij de klant past en waar je bij de keuze voor een bepaald pakket op moet letten. In dit artikel neem ik de criteria die in de blog wordt genoemd door.

Het eerste criterium is schijfruimte. Daarbij is het afhankelijk van of je bijvoorbeeld een webshop met veel afbeeldingen hebt: “dan biedt een kleiner hostingpakket niet genoeg schrijfruimte”, zo stelt het bedrijf. Het kleine webhostingpakket van het bedrijf bevat 8GB of te wel 8.000MB aan schijfruimte. Deze stelling is zodanig ongenuanceerd en dat het op mij als klinkklare onzin overkomt. Als je een webshop met 400 producten hebt, met elk 10 foto’s van 1MB groot dan is er behoefte aan 4.000MB opslag of te wel dan blijft er nog 4.000MB over. Hier slaat het bedrijf de plank daarom mis.

Het tweede criterium is dataverkeer. Dat is afhankelijk van de hoeveelheid bezoekers die je op je website verwacht. Het kleinste pakket heeft 5GB of te wel 5.000MB dataverkeer inbegrepen. Daarbij wijst het vooral om het aantal bezoekers dat je verwacht op je website. Het jammere is dat het hier niet alleen over het aantal bezoekers gaat maar juist over wat die bezoekers te zien krijgen. Bij een webshop waarbij véél en grote afbeeldingen worden gebruikt zal dataverkeer sneller een factor zijn dan bij een blog die vooral uit tekst bestaat. Ook hier slaat het bedrijf de plank dus mis.

Het derde criterium is e-mail. Het aantal mailboxen is groter bij duurdere pakketten. Wie meer dan 10 mailbox gebruikers nodig heeft kan daarom beter een groter pakket kiezen. Indien je als klant alleen wil mailen met je eigen domainnemen dan kun je beter voor een e-mail pakket kiezen. Dit is keurig.

Het vierde criterium is backup. Dagelijks maakt het bedrijf een backup van alle hostingpakketten. Deze worden ongeveer 7 dagen bewaard en een kopie van het pakket kan op verzoek van de klant kosteloos worden teruggeplaatst. Interessant is dat het bedrijf over ongeveer spreekt. Hier is dus sprake van onduidelijkheid over de exacte dienstverlening die de klant kan verwachten. Die ongeveer kunnen dat bijvoorbeeld ook in de praktijk maar 4 dagen zijn om maar iets te noemen? Als het er op aan komt dan is dat best belangrijk. Deze formulering is jammer.

Het vijfde criterium is het CMS. Het bedrijf biedt een gratis website maker aan. Bij de goedkopere pakketten gaat het om een uitgeklede versie en bij de duurdere pakketten een volledige versie. Ook wijst het bedrijf op het feit dat WordPress het meest gebruikte CMS ter wereld is. Helaas legt het bedrijf niet uit op welke wijze de keuze voor een bepaald CMS zoals WordPress de keuze voor een bepaald pakket bij het bedrijf beïnvloed. Ook deze formulering is jammer.

Het zes criterium is het doel van de website. Het bedrijf maakt hierbij een indeling tussen kleine, middelgrote en grote websites en webshops. Het bedrijf schermt met de hoeveelheden schijfruimte en dataverkeer. De suggestie die door Yourhosting wordt gewekt is dat dit van belang is voor de geschiktheid voor een bepaald CMS of doel. Bij het grootste pakket zegt het bedrijf expliciet: “Daarbij kan dit pakket ook meer bezoekers aan.”. Het is mij echter volstrekt onduidelijk waarom dat zo is. Dataverkeer is namelijk ook al onbeperkt bij een middelgroot pakket. Ik lees namelijk nergens iets over verschillen in performance bij de verschillende pakketten. De enige differentiatie die ik zie gaat over schijfruimte en dataverkeer.

Als bonus noemt het bedrijf de keuze voor een VPS voor grote websites en webshops met veel verkeer. Interessant is daarbij dat het bedrijf expliciet weer dataverkeer lijkt te noemen als belangrijkste indicator van de capaciteit van een pakket én bevestigd hiermee dat shared hosting blijkbaar verder één pot nat is: “Hoewel je vanaf het M-hostingpakket onbeperkt dataverkeer hebt, biedt een VPS nog een voordeel voor websites met veel websitebezoekers. Bij een VPS staat je website namelijk op een eigen deel van de server en heb je geen last van de websites of applicaties van andere gebruikers.”

De conclusie die ik trek op basis van de blog van Yourhosting is dat het bedrijf vooral aan het goochelen is met gegevens waardoor de klant op het verkeerde been wordt gezet. Als lezer van de blog krijg ik het gevoel dat een groter c.q. duurder pakket noodzakelijk is voor bepaalde toepassingen. Het komt op mij vooral over dat door gegoochel met getallen over schijfruimte en dataverkeer de lezer dat gevoel moet krijgen terwijl een feitelijke onderbouwing daarvan ontbreekt. De enige conclusie die derhalve resteert is dat Yourhosting de klant naast een hostingpakket ook onzin probeert te verkopen.

Het vergelijken van managed servers in de praktijk

Verschillende aanbieders van servers bieden ook de mogelijkheid om deze voor de klant te managen of in het Nederlands om deze te beheren en de klant op dit vlak te ontzorgen. Dat roept de vraag op wat voor service level je daadwerkelijk krijgt bij verschillende aanbieders. Ik heb daarom de proef op de som genomen en de Service Level Agreements van verschillende aanbieders met elkaar vergeleken.

Een Service Level Agreement is niks anders dan de manier waarop de zakelijke afspraken zijn vastgelegd. Dat deze vaak juridisch zijn geformuleerd doet daar niks aan af. Daar komt ook nog een keer bij dat als een SLA juridisch is geformuleerd deze niet flagrant in strijd mogen zijn met wat in dagelijks zakelijk taalgebruik is verwoord. Als je op de website citroenen krijgt aangeboden dan kan je daar met de kleine juridische lettertjes niet ineens sinaasappels van maken. Daarom ben ik in dit artikel van de zakelijke teksten op de websites uitgegaan.

Voor dit onderzoek heb ik de lijst met aanbieders van VPS’en op ISPGids.com bekeken en heb ik gekeken of ik de mogelijkheid heb om bij het bestellen van een server daar management bij te bestellen. De eerste aanbieder waarbij ik die mogelijkheid heb is Connect Your Hosting. Maandelijks worden updates van het besturingssysteem uitgevoerd. Daarnaast heeft de klant ook nog de mogelijkheid om 30 minuten per maand aan systeembeheerder tegoed voor additionele verzoeken. Verder valt mij op dat de klant zelf ook root toegang tot de server krijgt. Ik zie echter geen garanties over response tijden bij incidenten

VPSServer.nl is de tweede aanbieder in de lijst waarbij ik management bij een server kan bestellen. Als beschrijving van het management zie ik staan dat hieronder wordt verstaan: “Ondersteuning op het besturingssysteemn en de bassissoftware. Je kunt hiermee tot 30 minuten per maand beheer van onze specialisten inschakelen”. Verder zie ik op een aparte pagina over “Managed VPS” het volgende staan: “Wij verzorgen de installatie, onderhoud en beschermen jouw VPS tegen risico’s” en “Leun op onze kennis en profiteer gedegen ondersteuning inclusief 24×7 beschikbaarheid in geval van calamiteiten.”. Ik tref echter geen definities aan wat de klant precies kant verwachten.

Hosted.nl biedt met het “Servicecontract Premium” de mogelijkheid om een server te laten managen. Het is de eerste aanbieder in de lijst die duidelijke definities van het service level biedt. De server wordt 24 uur per dag, 7 dagen per week wordt gemonitord. Binnen kantooruren is er een responsetijd van 2 uur en daarbuiten van 4 uur. Daarmee is voor de klant duidelijk wat deze kan verwachten. Verder is er 60 minuten per maand systeembeheer inbegrepen, het op verzoek installen van updates en doen van onderhoud en een storingsnummer dat 24×7 gebeld kan worden door de klant.

Door Tilaa wordt het doen van onderhoud van de software op servers op wekelijkse basis gedaan met een “Managed server pack”. Daarnaast is er ook 30 minuten per maand aan additionele systeembeheer activiteiten aan de server inbegrepen. Interessant is dat Tilaa naast het managen van de server zelf ook de mogelijkheid van een “Managed back-up” aanbiedt waarbij de VPS elke vier uur wordt gebackupt naar een extern datacenter en daar één maand wordt opgeslagen. Ook belooft Tilaa een snel herstel van de bestanden indien dat nodig mocht zijn.

Ook Mihos.net biedt de mogelijkheid van managed backup. Het laagste service level van het bedrijf bij een managed server is namelijk enkel een dagelijkse backup door het bedrijf. Een stapje hoger is ook 24 uur per dag, 7 dagen per week monitoring. Nog een stapje hoger dan komt daar ook het installeren van updates bij en de hoogste stap is ook inclusief 60 minuten additioneel systeembeheer per maand. Definities zoals response- en oplostijden zijn daarbij echter niet aangegeven.

iXL hosting is de eerste aanbieder die ik tegenkom die verschillende SLA’s aanbied met expliciete definities die ook gedifferentieerd zijn naar expliciet responstijden. Daarnaast is er ook een verschil tussen het moment waarop het onderhoud en werkzaamheden aan de server zullen worden uitgevoerd. Bij “SLA Brons” vind het onderhoud tijdens kantooruren plaats en is de responstijd 3 uur terwijl die bij “SLA Goud” ’s avonds plaatsvinden en de responstijd 1 uur is. Daarnaast wordt er ook gedefinieerd naar de frequentie van backups en de hoeveelheid additionele systeembeheer uren die inbegrepen zijn.

De aanpak van Snel.com is net even anders. Bij een managed server is beheer van de server en monitoring inbegrepen echter is er enkel support van 9 uur ’s ochtends tot 12 uur ’s nachts van maandag tot en met vrijdag. Daarnaast is er ook 50GB Acronis Backup Cloud inbegrepen bij een managed server en 15 minuten maandelijks additioneel systeembeheer met het “Skipper” SLA  . Wie daar niet voldoende aan heeft kan upgraden naar de “Captain” SLA waarbij wél 24 uur per dag, 7 dagen per week support inbegrepen is en 30 minuten additioneel systeembeheer per maand.

De laatste aanbieder in deze lijst is Yourwebhoster.eu. Het bedrijf merkt op “Backup is not optional. It is essential.”. Daarom is ook hier bij elke managed server 50GB aan offsite backup inbegrepen. Updates worden maandelijks door het bedrijf geïnstalleerd en bij een serieuze dreiging gebeurt dat al eerder meldt het bedrijf. Interessant is ook dat CloudLinux en Imunify360 expliciet worden aanbevolen door het bedrijf bij een managed server. Deze mogelijkheden zijn echter niet standaard inbegrepen. “We each do what we do best. You focus on your business. With our experience, we focus on keeping your server online.”. Helaas staan daar geen definities bij van wat dit precies inhoudt.

De conclusie die kan worden getrokken op basis van het aanbod van deze acht verschillende aanbieders van managed servers is dat er veel verschillen zijn in wat een klant kan verwachten bij een managed server. Sterker nog in veel gevallen is het simpelweg vaag wat de klant precies kan verwachten. De server van de klant wordt door de aanbieder beheert. Echter wat dit betekent wanneer er sprake van een calamiteit of incident is, is in veel gevallen helemaal niet gedefinieerd. In andere woorden het Service Level dat wordt afgesproken tussen een aanbieder en een klant is in veel gevallen vaag. Uniformering van de Service Level Agreements bij managed servers zou daarom een goede zaak zijn.

Harde criteria bij het vergelijken van hosting

Wanneer je op zoek gaat naar een bankstel dan kun je voelen hoe deze zit en of het materiaal je bevalt. Dat zijn harde criteria. De waarneming van de klant beïnvloeden is lastig want hier geldt what you see is what you get. Een lekker kopje koffie of thee en een vriendelijke verkoper (m/v) kan de klant ook een prettig gevoel geven echter zal men de keuze baseren op de eigenschappen van het bankstel.

Wanneer het om hosting gaat geldt dat men enkel af kan gaan op de mooie woorden op een website van de aanbieder. In veel gevallen zullen er ook specificaties worden genoemd. In tegenstelling tot een bankstel is het niet mogelijk om er even op te gaan zitten en te kijken hoe de dienst in de praktijk werkt. Een 30 dagen niet goed geld terug garantie is daar ook geen vervanging van net zo min als een pakket om kosteloos mee testen. Dat is toch een stuk minder vrijblijvend dan even op een bankstel gaan zitten om daarna direct tot de conclusie te komen of deze wel of niet bevalt.

Daar komt ook nog eens bij dat hosting ook performance en continuïteit een belangrijke rol speelt. Bij een bankstel kun je als koper wel een goed beeld vormen van de kwaliteit van de afwerking of dat deze letterlijk tegen een stootje kan. Dat is bij hosting een stuk lastiger. De aanbieder kan zoveel mooie woorden besteden en symbolen gebruiken die het gewenste voel van veiligheid en stabiliteit geven. Hoe de aanbieder zijn hostingomgeving en dienstverlening precies heeft ingericht is niet eenvoudig te controleren voor de klant.

Veel aanbieders van hosting hebben het daarom tot een kunst verheven om de potentiële klant een bepaald gevoel te geven. Dat is natuurlijk een kwestie van marketing en meer specifiek branding. De vervolgvraag is echter of dat gevoel ook overeenkomt met de daadwerkelijke geleverde dienstverlening. In bepaalde gevallen zal dat volledig zo zijn echter in bepaalde gevallen totaal niet. Voor de klant is het lastig om daar door heen te kijken. Aanbieders zullen namelijk de blik van de klant volledig laten richten op datgene dat de klant het gewenste gevoel geeft.

Ook certificeringen zijn géén oplossing voor dit probleem. De vraag is namelijk ook wat er gecertificeerd is en welke processen er precies gecertificeerd zijn. Een certificering is op zichzelf natuurlijk een goede zaak. Het risico bestaat hier dat met dit certificaat van de aanbieder de klant het gevoel krijgt compleet veilig te zitten. Dat is echter maar de vraag want is ook hetgeen dat voor de klant relevant is onderdeel van de certificering en aan een audit onderworpen.

Dit zijn zaken die voor een gemiddelde klant niet te begrijpen zijn laat staan te controleren. Daar komt ook nog eens bij dat de aanbieder er geen belang bij heeft om de klant wijzer te maken dan dat die moet zijn. Een aanbieder die iets in handen heeft zoals een certificering, waarmee deze zich kan onderscheiden van de concurrentie zal het extra voordeel dat deze daarmee kan behalen zoveel mogelijk proberen te maximaliseren. Op de manier waarop het certificaat wordt gebruikt om te concurreren is géén toezicht door een auditor.

Daarom is het bij hosting net als bij een bankstel belangrijk om naar de harde criteria te kijken. Dus niet alleen te kijken naar wat de aanbieder van hosting wil dat je als klant ziet.Wat vind je als klant belangrijk. Waaruit kan blijken dat deze zaken daadwerkelijk door aanbieder kunnen worden waargemaakt. Om terug te gaan naar bankstellen die worden ook telkens meer online verkocht. Wat ik daar zie is dat de exacte specificaties en materialen worden vermeld en dat het bankstel ook vanuit elke hoe kan worden bekeken met verschillende afbeeldingen en video’s.

In andere woorden die aanbieders geven hun aanbod volledig bloot en laten precies zien hoe het in elkaar zit. Of te wel het principe van what you see is what you get wordt nog steeds nageleefd alleen dan virtueel. Het enige dat aan de fantasie van de klant wordt overgelaten is hoe het bankstel zal staan in het huis van de klant. Bij hosting zou dat ook zo moeten zijn.

Aanbieders van hosting zouden daarom duidelijk moeten maken hoe ze hun hostingomgeving en dienstverlening precies hebben ingericht. De enige vraag voor de klant zou nog moeten zijn hoe de toepassing van de klant of het gebruik door de klant van het bewuste aanbod zal zijn. Verder zou alles voor de klant van hosting net zo duidelijk moeten zijn als bij het kopen van een bankstel.

Het vergelijken van webhosting in de praktijk

Het vergelijken van webhosting is traditioneel een kwestie van vergelijken op prijs. Dat zorgt ervoor dat partijen met trucjes een zó laag mogelijke prijs proberen te hanteren om zo goed in de vergelijkingen uit te komen. Daarom stel ik in dit artikel de vraag wat je aan webhosting krijgt voor 5 euro bij verschillende hostingbedrijven.

Heel Nederland heeft een tijd volgehangen met abri posters van Mijndomein. Daarmee is letterlijk heel Nederland blootgesteld aan het hostingaanbod van het hostingbedrijf. Het bedrijf spreekt als eerste feature over de aanwezigheid van een “cachelaag” waardoor een website ontzettend snel kan worden geladen. Dat zegt mij dus echt helemaal niks. Het kan van alles zijn én ik ga – net als een gemiddelde klant – niet zoeken naar wat het betekend. Dat is dus een lekker vaag begin.

Er is verder een SSL-certificaat inbegrepen (vermoedelijk een gratis versie via Let’s Encrypt). De eerste harde statistiek is 20GB schijfruimte en het dataverkeer is onbeperkt. De e-mail mogelijkheden zijn voorzien van “een moderne spamfilters en virusscanners” (sic). Automatische installatie van een CMS is mogelijk. Er is de keuze uit meerdere PHP-versies en ondersteuning voor het veilige SFTP protocol om bestanden te uploaden. Er is de mogelijkheid om 10 databases aan te maken. Ook kunnen er zelf cronjobs worden aangemaakt.

Het aanbod van Mijndomein klinkt heel erg leuk al is het juist onduidelijk wat er precies wordt geleverd. Ik zou vooral veel vage en ongespecificeerde mogelijkheden. Het aanbod is weinig concreet. Als klant zul je of te wel eerst moeten gaan graven bij Mijndomein om te ontdekken wat de features precies inhouden. Of je kan natuurlijk ook direct klant worden en dan met je vanzelf wat je van Mijndomein krijgt. Het vergelijken van het aanbod met andere aanbieders lijkt mij daarbij bij voorbaat een uitdaging.

Een aanbieder die traditioneel bekend staat als prijsvechter is Versio. Sterker nog jarenlang is Versio verguisd omdat ze de markt volgens concurrenten kapot aan het maken waren met webhosting voor enkele tientallen centen per maand en domeinnamen tegen prijzen die nauwelijks boven de kostprijs lagen. Sinds ongeveer een jaar zijn de prijzen in één klap meer in lijn gebracht met die van de concurrentie. Het goedkoopste pakket van Versio kost nu 2,50 euro per maand. Echter kijken we naar het pakket dat 5,00 euro per maand kost.

De specificaties van Versio zijn glashelder. 15.000MB (15GB) SSD schuifruimte, onbeperkt dataverkeer, maximaal 50 domeinnamen hosten, onbeperkt mailboxen, onbeperkt MySQL databases, alle PHP versies, automatische installatie van een CMS, dagelijkse backups zijn inbegrepen die tot 60 dagen terug te zetten zijn, een uptime garantie van 99,9% en een DirectAdmin controle paneel. Dat is direct zichtbaar zonder dat er ergens op hoeft geklikt hoeft te worden.

Met een enkele klik worden alle specificaties zichtbaar waarbij er véél meer zichtbaar wordt zoals dat de database van het type MariaDB 10.2 of hoger zijn. Er is externe toegang tot die databases mogelijk. Het aanbod van Versio is qua specificaties zeer duidelijk. Wel mis ik nog iets over de performance van de webhosting van Versio. Ik lees wel iets over een “high availability cloud” en een volledig redudante SAN die is uitgerust met een RAID-60 configuratie. Daarnaast is er sprake van workload balancing waardoor “Een server wordt op basis van de huidige drukte automatisch het nodige vermogen gegeven”.

Hostnet dat een onderzoek had uitgebracht over hun service weet mij meteen te verrassen met hun aanbod. Het is mij namelijk niet precies duidelijk wat de pakketten kosten. Een pakket is vanaf 4,50 euro alleen nu vanaf 3,60 per maand. Wanneer ik op de bestelknop klik krijg ik de mogelijkheid om die voor 3 maanden voor 4,80 euro per maand te stellen en 12 maanden voor 3,60 per maand. Het tweede pakket kost vanaf 6,50 euro per maand en valt daarmee buiten de scope van dit artikel.

Hier is direct een duidelijk verschil zichtbaar met de andere twee hostingbedrijven. Bij het goedkoopste pakket dat zover ik het goed begrijp normaal minimaal 4,50 euro per maand kost bij een jaarcontract is automatische installatie van een CMS niet inbegrepen. Qua specificaties krijg je 5GB schijfruimte en 1.000GB (1TB) aan dataverkeer. Het dataverkeer is daarmee te vergelijken met onbeperkt dataverkeer bij de andere hostingbedrijven.

Verder schermt Hostnet met 5 MySQL databases en noemt daarbij expliciet MySQL versie 5.6. Ook bij Hostnet kan er uit verschillende PHP versies worden gekozen en is er ook een gratis SSL-certificaat mogelijk. Over performance stelt ook Hostnet enkel iets over clustertechnologie waardoor websites stabiel blijven. Ook bij piekbelasting zo merkt het hostingbedrijf op. Dat onderstreept het bedrijf door te wijzen op het gebruik van webservers met SSD’s en hardwaren van Dell en Intel.

Dan kijk ik naar bHosted dat voor 4 euro per maand een pakket. De specificaties worden onder elkaar in een lijst opgesomd. 5GB schijfruimte, 80GB dataverkeer per maand, 40 MySQL 5 databases, 64MB Redis cache en ook meerdere domeinnamen in één pakket met DirectAdmin als controle paneel. Dat noemt het bedrijf als basis. Verder geeft het hostingbedrijf een hele reeks met specificaties van alle mogelijke PHP versies tot aan met welke frequentie er backups worden gemaakt en wat de exacte retentie tijden daarvan zijn.

Ook door bHosted worden er verder héél nadrukkelijk verschillende standaarden waar aan wordt voldaan. Daaronder zijn ook verschillende standaarden op het gebied van e-mail. Wat ik ook bij bHosted niet kan ontdekken hoe de stabiliteit en de performance van de webhosting wordt gegarandeerd. Redis cache geeft de gebruiker de mogelijkheid om daar de eigen webapplicatie mee te versnellen. Dat zegt echter niks over het webhosting platform zelf.

Als journalist op het gebied van digitale infrastructuur vind ik het knap lastig om op basis van de manier waarop deze vier verschillende hostingbedrijven hun aanbod tonen een keuze te maken. Het probleem daarbij is enerzijds een gebrek aan specificaties bij bepaalde aanbieders en anderzijds dat de specificaties wel iets vertellen over de vraag of het voldoet aan wat ik ermee wil doen.

Wat ik op basis daarvan echter niet weet is hoe wordt beloofd wordt ook waargemaakt zal worden, hoe de performance zal zijn en hoe deze daadwerkelijk gegarandeerd wordt door de verschillende hostingbedrijven. Het aanbod van elk van de verschillende hostingbedrijven laat de vraag boven de markt hangen wat ik als klant in de praktijk daadwerkelijk kan verwachten.

Dat dan niet alleen op de dag van de bestelling maar ook wanneer het er voor de klant belangrijk is dat zijn website niet bij vlagen slecht bereikbaar is door overbelasting of wanneer er daadwerkelijk gebruik moet worden gemaakt van een backup. Is die backup dan ook daadwerkelijk beschikbaar of kan het gebeuren dat de backups van ouder dan 14 dagen toch niet voorhanden zijn op enig moment.

Juist dat lijken mij de dingen die voor een hostingbedrijf belangrijk zijn. Hostnet concludeerde op basis van een eigen onderzoek dat klanten service als graadmeter van de kwaliteit zien. Mijn conclusie daarop was dat dit logisch is omdat klanten zoals ik in dit eigen onderzoekje concludeer het héél erg lastig is om een andere graadmeter te kiezen. De echte uitdaging is dus om de kwaliteit van de verschillende hostingdiensten inzichtelijk en vergelijkbaar te maken.

Hosting vergelijken is een uitdaging voor ondernemers

De meeste ondernemers die een hostingdienst afnemen snappen niet hoe de dienst in elkaar zit. In een onderzoek dat uitgevoerd is in opdracht van Hostnet geeft amper 34,1 procent aan het (helemaal) eens te zijn met de stelling te begrijpen hoe hosting werkt. Dat betekent dat dit voor twee derde van de ondernemers niet het geval is. Daarnaast geeft precies 80 procent van de ondernemers aan hosting vooral een technische aangelegenheid te vinden.

Interessant is dat bij de keuze voor hosting 95,3 procent goede service doorslaggevend bij de keuze voor een hostingbedrijf is. Wanneer dat wordt vergeleken met de stelling dat hosting vooral een technische aangelegenheid is dan is dat opvallend en logisch te gelijk. Een bepaalde mate van service verlenen zal elke ondernemer immers moeten doen terwijl zoals uit dit onderzoek blijkt de techniek achter hosting aan veel ondernemers niet besteed is.

Dit wordt bevestigd doordat ook nog eens 95,3 procent van de ondernemers aangeeft dat de kwaliteit van de service doorslaggevend is voor de kwaliteit van de dienstverlening. Dat is natuurlijk heel merkwaardig. Hosting is immers zoals precies 80 procent van ondernemers beaamt vooral een technische aangelegenheid. De kwaliteit van het platform dat al dan niet stabiel, snel en uitgebreide mogelijkheden heeft moet dan op zijn minst ook belangrijk zijn.

Het echte probleem lijkt daarom echt te zijn dat dit voor ondernemers héél erg lastig te vergelijken is omdat ze géén verstand van techniek hebben. Daarnaast is het ook lastig om door de façade van de verschillende hostingbedrijven heen te kijken. Dat is ook wat Hostnet zelf concludeert op basis van het onderzoek: “Voor de ondernemer is de technische kant van hosting vaak één pot nat en ogenschijnlijk overal hetzelfde. Service niet. Het is dan ook vooral service waarin het onderscheidend vermogen binnen de hostingindustrie ligt.

Feitelijk moet de conclusie van Hostnet daarom juist zijn dat het onderscheidende vermogen voor hostingbedrijven in de techniek zit. De technische kant van hosting is voor de ondernemer één pot nat en ogenschijnlijk overal hetzelfde. Het woord ogenschijnlijk zegt het al. Het lijkt alleen maar zo te zijn voor de ondernemer. Het lijkt mij dus eerder dat de ondernemer in arren moede maar gaat vergelijken op iets wat ze wel kennen en begrijpen terwijl de ondernemers juist aangeven dat hosting vooral een technische aangelegenheid is.

Datacenters bouwen is niet duurzaam

Datacenters vinden zichzelf héél belangrijk. In augustus stelde de belangenbehartiger van deze bedrijven dat iedereen internet wil alleen niemand datacenters. Een van de vergelijkingen die daarbij wordt gemaakt is die met groene stroom en windmolens. Windmolens wil ook niemand in zijn achtertuin. Door datacenters zijn er juist méér van nodig.

Datacenters zijn ook bezig om hun restwarmte als stadsverwarming te gebruiken. Dat doen huisvuilverbrandingsinstallaties ook al. Wellicht willen bedrijven uit het buitenland die ook wel in Nederland bouwen. Dat betekent ook mogelijk weer directe buitenlandse investeringen.

Datacenters stellen zelf ook al dat niemand datacenters wil. Die kunnen dan beter in het buitenland worden gebouwd. Het voordeel van dat in Nederland doen is dat er bouwbedrijven aan de slag kunnen om ze te bouwen en er vervolgens een handjevol mensen op locatie werken. Een huisvuilverbrandingsinstallatie bouwen heeft dezelfde voordelen én wekt zelfs energie op.

In Nederland is het bouwen van een datacenter daarom alleen duurzaam mogelijk, gelet op de maatschappelijke belangen, wanneer dat niet gebeurt in een druk bevolkt gebied. Een datacenter dat gevestigd is in bijvoorbeeld de Eemshaven of de kop van Noord-Holland is daarom een stuk beter voor Nederland dan weer het zoveelste datacenter in de regio Amsterdam.

Hosting maakt datacenters onbelangrijk

Om diensten te hosten zijn er tegenwoordig steeds meer mogelijkheden om de infrastructuur hiervoor te bieden. In veel gevallen heeft een hostingbedrijf ook géén eigen fysieke infrastructuur meer en zijn hostingdiensten daarom vooral een kwestie van softwarematige toepassingen die bovenop Infrastructure-as-a-Service (IaaS) clouddiensten draaien. Een belangrijk gevolg hiervan is dat de rol en het belang van datacenters ook steeds kleiner wordt.

Een datacenter kan in dat opzicht goed worden vergeleken met een energiecentrale. Er moet ergens energie worden opgewekt en daarom zijn er energiecentrales. Hetzelfde geldt voor de fysieke infrastructuur die in een datacenter draait. Het gaat echter steeds meer om gestandaardiseerde hardware die in datacenters draait die een vergelijkbare dienstverlening leveren. Er is weinig eer meer te behalen aan een datacenter qua innovatie.

De rol als energieleverancier blijkt ook wel uit het feit dat de enige echte innovatie die nog bij datacenters te bespeuren valt het afvoeren van restwarmte is. Dat is letterlijk het leveren van energie aan bedrijven en woningen in de vorm van stadsverwarming. In andere steden zoals Alkmaar wordt door huisvuilverbrandingsinstallaties een vergelijkbare dienstverlening geleverd. Het mag dus duidelijk zijn dat dit weinig innovatief is. Wel is het natuurlijk duurzaam.

Ook het al dan niet partieel uitvallen van een datacenter is vergelijkbaar met het uitvallen van stroomvoorziening. Datacenters beschikken zelf om die reden over noodstroomvoorzieningen zoals bijvoorbeeld noodstroomaggregaten en ups systemen die op batterijen werken of met een vliegwiel om een ongestoorde dienstverlening te garanderen. Ook wanneer de netspanning die het datacenter gebruikt wegvalt.

Bij hosting is een vergelijkbare tendens zichtbaar waar er gebruik wordt gemaakt van meerdere availability zones van cloud aanbieders of dual datacenter oplossingen. Uitval van de dienstverlening van een datacenter wordt telkens meer een factor waarbij uitval een acceptabel risico is. Datacenters schermen graag met uptimes met meerdere negens achter de komma. Echter voor telkens meer klanten wordt dat telkens minder belangrijk.

Datacenters mogen dan zeer kapitaal intensief zijn om te bouwen en in bezit te hebben, de relevantie van datacenters wordt telkens meer vergelijkbaar met die van energiecentrales. Datacenters moeten gewoon werken en vanuit het perspectief van de eindgebruiker valt er door innovatie weinig winst meer te behalen voor de klant. Daarop is natuurlijk één belangrijke uitzondering namelijk dat de prijs voor het gebruik van de datacenter diensten omlaag gaat.

Integriteit is niet te koop

Het probleem met partijen die zich niet aan de maatschappelijke en wettelijke normen houden is vaak dat zij zelf een verkeerde voorstelling van zaken hebben. Daarom leg ik in dit artikel uit waarom een recruiter die een significant deel van zijn eigen vergoeding aan tipgevers weggeeft. Als significant zie ik in dit artikel 25% van de vergoeding die een werkgever aan de recruiter betaald bij een succesvolle plaatsing.

De hoofdvraag die gesteld moet worden is waar de 25% die een tipgever krijgt voor betaald wordt. Een vermogensverschuiving moet immers een reden hebben. Juridisch noemen we dat ook wel de titel van de overdracht van het goed. Er kan natuurlijk juridisch gezien sprake zijn van een schenking. De recruiter is zó blij dat jij hem de tip geeft dat hij zomaar 25% van zijn vergoeding betaald aan een derde die de tip heeft gegeven om de nieuwe werknemer te vinden.

Het zal waarschijnlijk niet de gulheid van de recruiter zijn die tot het uitbetalen van de vergoeding leidt. Het ligt meer in de lijn der verwachtingen dat er sprake is van een overdracht onder bezwarende titel. Of te wel, de tipgever levert een tip c.q. informatie aan de recruiter en wanneer dit tot een succesvolle plaatsing leidt dan is de recruiter de daarover overeengekomen vergoeding verschuldigd. De bezwarende titel impliceert derhalve ook dat er een overeenkomst is tussen de recruiter en de tipgever. Deze hoeft niet op schrift te zijn vastgelegd. Het kan ook mondeling zo overeengekomen zijn.

De prestatie van de recruiter is duidelijk. Dat zijn namelijk keiharde euro’s. De inhoud en waarde daarvan is door de aard van het goed duidelijk en helder. Interessanter is wat de inhoud en waarde van de tip is. De waarde is de tegenprestatie die de recruiter geeft. De inhoud daarentegen is interessanter. Technisch gezien gaat het om informatie die de recruiter graag wilde hebben. De vraag is echter waarom deze tip waarde heeft én waarom het zelfs 25% van de vergoeding die de recruiter zelf ontvangt waard is.

Daarbij is het goed om te kijken wat de recruiter zelf moet doen om de kandidaat geplaatst te krijgen. De recruiter heeft verschillende dingen die moet gebeuren. Allereerst is de recruiter zelf ook een ondernemer of een zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dat betekent dat de recruiter allerlei bedrijfskosten moet maken en allerlei verplichtingen heeft die daaruit voortvloeien nog voor dat hij enige activiteit heeft ontplooit.

Daarnaast moet de recruiter werkgevers vinden die bereid zijn om met hem samen te werken, er moeten contracten worden gesloten, de recruiter moet een goed beeld van het bedrijf krijgen en wat voor kandidaten bij hun passen, er is papierwerk dat moet worden gedaan, er moet contact wordt onderhouden over de vacatures die moeten worden vervuld en die juist alweer vervuld zijn.

Geschikte kandidaten moeten worden gestuurd naar werkgevers en als een werkgever geïnteresseerd is dan moet de recruiter contact met de kandidaat opnemen om een afspraak met de kandidaat en de werkgever te arrangeren. Mogelijk zal de recruiter daar dan ook bij willen zijn of vooraf nog even een gesprek met de kandidaat willen hebben om deze voor te bereiden. Na afloop moet er weer contact zijn met zowel de kandidaat als de werkgever om na te praten over het sollicitatiegesprek.

Mocht er een match zijn tussen de werkgever en de kandidaat dan zijn er vermoedelijk nog meer gesprekken en als de deal eenmaal rond is dan is er vermoedelijk ook nog even contact tussen alle partijen. Meestal mag een recruiter zijn factuur ook niet meteen sturen ná de plaatsing en is er eerst een periode waarbij er wordt gekeken of de plaatsing daadwerkelijk tot een succesvolle arbeidsrelatie leidt. Ook dan moet er weer contact zijn tussen alle betrokken. Op dat moment mag de recruiter eindelijk zijn factuur sturen naar de werkgever c.q. zijn klant.

Nu komt de vraag wat een tipgever moet doen om de vergoeding van 25% van de recruiter te krijgen. Het enige dat de tipgever moet doen is een tip geven. Informatie geven aan de recruiter. Informatie heeft natuurlijk waarde alleen een tip om een kandidaat geplaatst te krijgen die 25% van de vergoeding van de recruiter waard is, is wel héél erg hoog. De recruiter is letterlijke tientallen uren bezig met de plaatsing en heeft ook nog eens hoge bedrijfskosten. De tipgever hoeft er niks voor te doen.

Er vanuit gaande dat de recruiter een marktconform tarief heeft dat dus niet hoger is dan van andere recruiters is het merkwaardig dat hij dan ook nog eens 25% van zijn eigen vergoeding weg kan geven aan iemand die daar feitelijk niks voor hoeft te doen terwijl de recruiter zelf wel alle kosten heeft die elke andere recruiter ook heeft. De bereidheid om 25% van de vergoeding weg te geven is in dat licht ook zeer merkwaardig want je gaat toch niet zo’n significant deel van je eigen inkomen zomaar cadeau geven.

Het antwoord op de vraag is daarom dat de vergoeding van 25% aan een tipgever namelijk niet is om een tip te krijgen. Die bereidheid om zo’n significant deel van de eigen vergoeding kan ik alleen verklaren door dat er sprake is van omkoping. Dat de vergoeding wordt gebruikt om werknemers van een bedrijf dat interessante kandidaten te hebben bereid te krijgen om informatie over hun collega’s te verstrekken. Dat betekent dus dat er feitelijk sprake is van bedrijfsspionage.

Of een recruiter met een dergelijk business model dat kan doen op een legitieme manier c.q. dat er überhaupt sprake kan zijn van een business model dat moreel en juridisch door de beugel kan weet ik niet. Ik heb er in elk geval zéér sterke twijfels over. Daarnaast kan ook worden afgevraagd of een recruiter daadwerkelijk 25% van zijn eigen vergoeden aan een tipgever betaald. Het lijkt mij daarom eerder dat de werkgever die zich laat omkopen niet alleen zijn integriteit kwijt is maar ook nog eens met lege handen staat.

Helemaal wanneer de eigen werkgever er achter komt dat de werknemer informatie over zijn collega’s tegen betaling aan de recruiter verkoopt. De werknemer beschikt over die informatie om zijn werk te kunnen doen. In veel gevallen zal de werknemer daarom ook expliciet tot geheimhouding verplicht zijn over alles wat hij door en tijdens zijn werkzaamheden te weten is gekomen. Daarnaast kan informatie over collega’s mogelijk ook tot bedrijfsgeheimen gerekend worden.

Één ding staat als een paal boven water. De werknemer heeft de informatie over zijn collega’s niet om zichzelf daarmee te bevoordelen. De werkgever kan op dat moment de werknemer op staande voet ontslaan, waarna er ook géén recht op een uitkering is vanwege het feit dat men verwijtbaar werkloos is, wanneer die contractueel overeengekomen is een boete opleggen die vaak in de tienduizenden euro’s kan lopen. Ook kan de werknemer zich geconfronteerd zien met een strafrechtelijke aangifte en met een beetje pech ook strafrechtelijke vervolging in verband met omkopingsgerelateerde delicten.

De ervaring leert dat partijen die hun werk er van hebben gemaakt om zichzelf te verrijken op onethische manieren ook heel goed weten om zelf de dans te ontspringen. Denk daarom als werknemer twee keer na voor dat je met een recruiter die 25% van zijn vergoeding belooft in zee gaat. Integriteit is immers niet te koop.