De complexiteit van het recht van de digitale infrastructuur

In mijn mailbox trof ik vanmorgen een inzageverzoek ex. artikelen 12 en 15 lid 1 AVG aan van een partij onder wiens naam een ervaring was achtergelaten op ISPGids.com. Het interessante aan het verzoek was dat dit was gedaan naar aanleiding van een ervaring die in 2007 al was geplaatst met een hostingbedrijf. Door de auteur van de ervaring was ervoor gekozen enkel de eigen naam én de website te publiceren. De andere gegevens waren op verzoek van de auteur enkel zichtbaar voor het hostingbedrijf en uiteraard ook voor de redactie.

Nu is het een logische gedachte om aan het verzoek tegemoet te komen. De naam van de verzoeker kwam immers overeen met die bij de ervaring. Er was echter iets bijzonders aan de hand. Zo werd er expliciet gevraagd om het IP-adres bij de ervaring. Daarnaast stelde de verzoeker dat de ervaring onder zijn naam was geplaatst of te wel dus niet door hem zelf. Dat maakt de casus in één klap een stuk lastiger want is het IP-adres van de auteur van de ervaring dan nog aan te merken als een persoonsgegeven van de verzoeker?

Mijns inziens is dat niet het geval immers het IP-adres is van de auteur van de ervaring. Dat de naam van de verzoeker bij de ervaring staat doet daar niet aan af. Dit is te vergelijken met het verzoeken van het IP-adres van iemand die illegaal auteursrechtelijk beschermd materiaal aan het downloaden is. Een verzoek aan Ziggo om dergelijke persoonsgegevens is dit jaar door het gerechtshof van Arnhem-Leeuwarden afgewezen. Enkele dagen geleden is er daarom door Dutch Film Works naar de Hoge Raad gestapt om de IP-adressen alsnog te kunnen krijgen.

Het wordt interessant om te zien hoe de Hoge Raad gelet op het eerder gedane Lycos/Pessers arrest daarop gaat reageren. Hoe interessant dat ook mag zijn vanuit een academisch perspectief als aanbieder van digitale infrastructuur zal je er maar over moeten beslissen. Daarbij had ik nu zelf een casus te pakken waarbij een inzage verzoek op basis van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Waarbij het feitelijke verzoek niet aan de hand van de AVG maar op basis van de criteria in het Lycos/Pessers arrest behandeld dienen te worden.

Voor een aanbieder van digitale infrastructuur zoals een hostingbedrijf is dit simpelweg niet te behappen of te doorzien. Daar komt ook nog eens bij dat het inwinnen van gespecialiseerd juridisch advies heel erg duur is gezien de materie zo verschrikkelijk complex is en moeilijk te doorgronden. Zelf heb ik als rechtenstudent mijn bachelor afgesloten met aan beschouwing van het Lycos/Pessers arrest. Daarbij was mijn conclusie dat de Hoge Raad hostingbedrijven een verplichting heeft opgelegd die verder gaat dan de zorgvuldigheid die van hen verwacht mag worden.

De casus die ik zelf had heb ik opgelost door de ervaring te verwijderen gezien deze blijkbaar niet door de verzoeker die als auteur genoemd wordt is geplaatst en daarmee dus niet op ISPGids.com thuis hoort. Daarnaast betreft het verzoek feitelijk géén verzoek op grond van de AVG maar een verzoek op grond van het arrest Lycos/Pessers. Nu de ervaring is verwijderd is het belang om over de persoonsgegevens te kunnen beschikken van de auteur van deze ervaring zodanig klein geworden dat er mijns inziens geen belang meer bij het verzoek bestaat.