Directies kunnen een voorbeeld nemen aan minister Dekker

Als er één beroepsgroep is die het zwaar heeft dan zijn dat wel sociale advocaten. Het zijn over het algemeen héél lieve mensen die het hart op de goede plaats hebben. Het probleem is echter dat ze veelal méér doen voor hun cliënten dan nodig is. Daarmee zij ze vergelijkbaar met managed hosters. Die doen vaak ook méér voor hun klanten dan nodig is. Het verschil tussen beiden is dat managed hosters hun klanten daarvoor laten betalen. Sociale advocaten doen dat voor eigen rekening én proberen de rekening door te schuiven naar de regering.

Sander Dekker, Minister voor Rechtsbescherming is daarom héél duidelijk over het feit dat hij wil dat dit anders gaat. Volgens de minister hoeft namelijk niet overal een advocaat bij. Daarom loopt er op dit moment een proef waarbij commerciële rechtsbijstandsverzekeraar Achmea met een “gestandaardiseerde werkwijze” minima die rechtsbijstand nodig hebben helpt met hun juridische procedures. Over de proef is nu ook weer het nodige te doen en in een artikel daarover op NRC staat ook te lezen dat de minister eerder al aangaf dat mensen moeilijk te verleiden zijn om er aan mee te doen.

Op dit moment krijgen minima die rechtsbijstand nodig hebben, een sociale advocaat die ze vrij kunnen uitkiezen voor het overgrote deel door de overheid vergoed. De sociale advocaten die rechtsbijstand verlenen zien zich ernstig bedreigt door een nieuwe grote concurrent. De cliënten die de rekening van de advocaat niet hoeven te betalen denken ook, aan me nooit niet. Die zitten niet te wachten op de gestandaardiseerde intake met een juridisch adviseur die ze alleen telefonisch te spreken krijgen en voor het eerst tijdens een rechtszitting zien.

Het klinkt natuurlijk ook een stuk stoerder wanneer je kan zeggen dat je net bij je advocaat bent geweest en dat je bij wordt gestaan door een heuse advocaat. Dan voelt de cliënt zich in één keer héél belangrijk. De advocaat is in dat opzicht ook een statussymbool voor de cliënt. Daarbij moet ik dan ook opmerken dat de cliënt de rekening toch niet betaald. De rekening stuurt de advocaat naar de regering. Het is dan ook niet zo vreemd dat advocaten én cliënten géén behoefte aan verandering van het stelsel hebben.

Natuurlijk is er wel één héél belangrijke uitzondering. Dat zijn (sociale) strafrechtadvocaten. Bij die zaken gaat het om de overheid die de burger straf wil opleggen. Officieren van Justitie hebben een zware opleiding gedaan ná hun rechtenstudie. In het kader van een eerlijke en gelijke rechtsstrijd is een advocaat in zo’n procedure vrijwel onontbeerlijk voor de burger. Dat is te vergelijken met hosting van applicaties die mission critical zijn voor de business en waarbij onvoorziene problemen een te groot risico blijven wanneer deze enkel met gestandaardiseerde oplossingen worden ondervangen.

In veel zaken zal een jurist adviseur met een gestandaardiseerde werkwijze het probleem van een cliënt ook gewoon kunnen oplossen. Dat doen ze op dit moment namelijk ook al voor niet-minima die gewoon elke maand premie voor hun rechtsbijstandsverzekering betalen. Het laat dus zien dat het gewoon kan. In de commerciële rechtsbijstand gaat 750 miljoen euro per jaar om, waarvan 180 miljoen euro bij Achmea. Dat is qua omzet vergelijkbaar met een héél grote Nederlandse hoster.

De uitdaging voor hosters zal het vooral zijn om ervoor te zorgen dat vooral de eindverantwoordelijken waaronder met name de CEO en/of CFO het duidelijk maken waar zij voor betalen. Het kan zijn dat dit vooral het fijne gevoel is dat de managed hoster hun IT-verantwoordelijke zoals de CTO of interne systeembeheerder geeft is. Dan is de keuze voor een oplossing die méér gestandaardiseerd is én minder kost snel gemaakt zijn. Het is belangrijk om ervan bewust te zijn dat de relatie van de managed hoster en de IT-verantwoordelijke daarmee wordt verstoord. Uit die hoek is daarom weerstand te verwachten.