Integriteit is niet te koop

Het probleem met partijen die zich niet aan de maatschappelijke en wettelijke normen houden is vaak dat zij zelf een verkeerde voorstelling van zaken hebben. Daarom leg ik in dit artikel uit waarom een recruiter die een significant deel van zijn eigen vergoeding aan tipgevers weggeeft. Als significant zie ik in dit artikel 25% van de vergoeding die een werkgever aan de recruiter betaald bij een succesvolle plaatsing.

De hoofdvraag die gesteld moet worden is waar de 25% die een tipgever krijgt voor betaald wordt. Een vermogensverschuiving moet immers een reden hebben. Juridisch noemen we dat ook wel de titel van de overdracht van het goed. Er kan natuurlijk juridisch gezien sprake zijn van een schenking. De recruiter is zó blij dat jij hem de tip geeft dat hij zomaar 25% van zijn vergoeding betaald aan een derde die de tip heeft gegeven om de nieuwe werknemer te vinden.

Het zal waarschijnlijk niet de gulheid van de recruiter zijn die tot het uitbetalen van de vergoeding leidt. Het ligt meer in de lijn der verwachtingen dat er sprake is van een overdracht onder bezwarende titel. Of te wel, de tipgever levert een tip c.q. informatie aan de recruiter en wanneer dit tot een succesvolle plaatsing leidt dan is de recruiter de daarover overeengekomen vergoeding verschuldigd. De bezwarende titel impliceert derhalve ook dat er een overeenkomst is tussen de recruiter en de tipgever. Deze hoeft niet op schrift te zijn vastgelegd. Het kan ook mondeling zo overeengekomen zijn.

De prestatie van de recruiter is duidelijk. Dat zijn namelijk keiharde euro’s. De inhoud en waarde daarvan is door de aard van het goed duidelijk en helder. Interessanter is wat de inhoud en waarde van de tip is. De waarde is de tegenprestatie die de recruiter geeft. De inhoud daarentegen is interessanter. Technisch gezien gaat het om informatie die de recruiter graag wilde hebben. De vraag is echter waarom deze tip waarde heeft én waarom het zelfs 25% van de vergoeding die de recruiter zelf ontvangt waard is.

Daarbij is het goed om te kijken wat de recruiter zelf moet doen om de kandidaat geplaatst te krijgen. De recruiter heeft verschillende dingen die moet gebeuren. Allereerst is de recruiter zelf ook een ondernemer of een zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dat betekent dat de recruiter allerlei bedrijfskosten moet maken en allerlei verplichtingen heeft die daaruit voortvloeien nog voor dat hij enige activiteit heeft ontplooit.

Daarnaast moet de recruiter werkgevers vinden die bereid zijn om met hem samen te werken, er moeten contracten worden gesloten, de recruiter moet een goed beeld van het bedrijf krijgen en wat voor kandidaten bij hun passen, er is papierwerk dat moet worden gedaan, er moet contact wordt onderhouden over de vacatures die moeten worden vervuld en die juist alweer vervuld zijn.

Geschikte kandidaten moeten worden gestuurd naar werkgevers en als een werkgever geïnteresseerd is dan moet de recruiter contact met de kandidaat opnemen om een afspraak met de kandidaat en de werkgever te arrangeren. Mogelijk zal de recruiter daar dan ook bij willen zijn of vooraf nog even een gesprek met de kandidaat willen hebben om deze voor te bereiden. Na afloop moet er weer contact zijn met zowel de kandidaat als de werkgever om na te praten over het sollicitatiegesprek.

Mocht er een match zijn tussen de werkgever en de kandidaat dan zijn er vermoedelijk nog meer gesprekken en als de deal eenmaal rond is dan is er vermoedelijk ook nog even contact tussen alle partijen. Meestal mag een recruiter zijn factuur ook niet meteen sturen ná de plaatsing en is er eerst een periode waarbij er wordt gekeken of de plaatsing daadwerkelijk tot een succesvolle arbeidsrelatie leidt. Ook dan moet er weer contact zijn tussen alle betrokken. Op dat moment mag de recruiter eindelijk zijn factuur sturen naar de werkgever c.q. zijn klant.

Nu komt de vraag wat een tipgever moet doen om de vergoeding van 25% van de recruiter te krijgen. Het enige dat de tipgever moet doen is een tip geven. Informatie geven aan de recruiter. Informatie heeft natuurlijk waarde alleen een tip om een kandidaat geplaatst te krijgen die 25% van de vergoeding van de recruiter waard is, is wel héél erg hoog. De recruiter is letterlijke tientallen uren bezig met de plaatsing en heeft ook nog eens hoge bedrijfskosten. De tipgever hoeft er niks voor te doen.

Er vanuit gaande dat de recruiter een marktconform tarief heeft dat dus niet hoger is dan van andere recruiters is het merkwaardig dat hij dan ook nog eens 25% van zijn eigen vergoeding weg kan geven aan iemand die daar feitelijk niks voor hoeft te doen terwijl de recruiter zelf wel alle kosten heeft die elke andere recruiter ook heeft. De bereidheid om 25% van de vergoeding weg te geven is in dat licht ook zeer merkwaardig want je gaat toch niet zo’n significant deel van je eigen inkomen zomaar cadeau geven.

Het antwoord op de vraag is daarom dat de vergoeding van 25% aan een tipgever namelijk niet is om een tip te krijgen. Die bereidheid om zo’n significant deel van de eigen vergoeding kan ik alleen verklaren door dat er sprake is van omkoping. Dat de vergoeding wordt gebruikt om werknemers van een bedrijf dat interessante kandidaten te hebben bereid te krijgen om informatie over hun collega’s te verstrekken. Dat betekent dus dat er feitelijk sprake is van bedrijfsspionage.

Of een recruiter met een dergelijk business model dat kan doen op een legitieme manier c.q. dat er überhaupt sprake kan zijn van een business model dat moreel en juridisch door de beugel kan weet ik niet. Ik heb er in elk geval zéér sterke twijfels over. Daarnaast kan ook worden afgevraagd of een recruiter daadwerkelijk 25% van zijn eigen vergoeden aan een tipgever betaald. Het lijkt mij daarom eerder dat de werkgever die zich laat omkopen niet alleen zijn integriteit kwijt is maar ook nog eens met lege handen staat.

Helemaal wanneer de eigen werkgever er achter komt dat de werknemer informatie over zijn collega’s tegen betaling aan de recruiter verkoopt. De werknemer beschikt over die informatie om zijn werk te kunnen doen. In veel gevallen zal de werknemer daarom ook expliciet tot geheimhouding verplicht zijn over alles wat hij door en tijdens zijn werkzaamheden te weten is gekomen. Daarnaast kan informatie over collega’s mogelijk ook tot bedrijfsgeheimen gerekend worden.

Één ding staat als een paal boven water. De werknemer heeft de informatie over zijn collega’s niet om zichzelf daarmee te bevoordelen. De werkgever kan op dat moment de werknemer op staande voet ontslaan, waarna er ook géén recht op een uitkering is vanwege het feit dat men verwijtbaar werkloos is, wanneer die contractueel overeengekomen is een boete opleggen die vaak in de tienduizenden euro’s kan lopen. Ook kan de werknemer zich geconfronteerd zien met een strafrechtelijke aangifte en met een beetje pech ook strafrechtelijke vervolging in verband met omkopingsgerelateerde delicten.

De ervaring leert dat partijen die hun werk er van hebben gemaakt om zichzelf te verrijken op onethische manieren ook heel goed weten om zelf de dans te ontspringen. Denk daarom als werknemer twee keer na voor dat je met een recruiter die 25% van zijn vergoeding belooft in zee gaat. Integriteit is immers niet te koop.

Het zichtbaar maken van fatsoen

Er zijn een groot aantal bedrijven die een stevige groei in de digitale infrastructuursector laten zien. Dat is op zichzelf een hele prestatie. De vraag is alleen hoe die groei maatschappelijk gezien gefinancierd is. Je kan ook met 80 kilometer per uur door een woonwijk racen om zo snel bij een afspraak te zijn en daardoor keurig op tijd zijn. Of aan je aan de snelheidslimiet van 30 kilometer per uur houden en daarmee te laat zijn. Zolang je niet gepakt wordt dan ben je feitelijk beter af door de eerste optie te kiezen.

Het probleem hiermee is dat bedrijven die de kantjes er vanaf lopen door dit principe in een betere positie terecht komen dan fatsoenlijke bedrijven. De bedrijven die gebruik maken van methoden die minder fraai zijn daardoor in staat om harder te groeien en zijn daardoor feitelijk succesvoller. Op één vlak zijn ze echter niet succesvol. Ze zijn namelijk onfatsoenlijk. Zolang fatsoen géén factor is voor klanten is dat ook géén probleem. De groei komt namelijk bij de klanten vandaan en zolang die tevreden zijn blijft dat zo.

De kunst is daarom om ervoor te zorgen dat het fatsoen van bedrijven in de digitale infrastructuursector ook zichtbaar wordt voor klanten. Dat betekent dat een klant voor een partij kiest die er op papier iets minder gunstig uitziet alleen waarbij wel gegarandeerd is dat het bedrijf zich aan de regels houdt. Dat is niet alleen een kwestie van fatsoen. Als een bedrijf de kantjes er vanaf loopt op één gebied dan is de kans groot dat het dat ook op andere gebieden doet. Of te wel dat de klant zelf geconfronteerd wordt met het onfatsoen van de leverancier.

Een aantal onfrisse zaken ben ik op het spoor. Zo is er een recruiter die erg twijfelachtige methoden heeft om aan kandidaten te komen namelijk door werknemers van bedrijven om te kopen c.q. daar feitelijk toe aan te zetten. Als je het vuile werk aan zo iemand overlaat dan straalt dat toch op je af als bedrijf. Daarnaast kunnen klanten zich afvragen of je bij een bedrijf wil werken waar werknemers door geworven zijn door middel van omkoping. Het zijn onfrisse praktijken waar ook de kandidaten c.q. werknemers zelf door bevuild worden.

Een tweede kwestie is evenementen in de sector. Het lijkt tegenwoordig enkel om leads én direct voordeel te draaien. De ISP Kartcompetitie die ik eerder aanhaalde vind ik een mooi voorbeeld. Zo zijn er meerdere partijen die elk jaar met een enorme hoeveelheid werknemers er een bedrijfsuitje van hebben gemaakt alleen niet sponsoren.

Een partij die met 20 werknemers komt betaald 20 keer 30 euro aan entree per werknemer. Dat komt dan uit op 600 euro totaal. Het organiseren van het evenement kost al snel 100.000 euro en er zijn zo’n 600 deelnemers. Dat betekent dat de totale waarde van de deelnemer 3.333 euro is in deze casus. Dat betekent dat derden voor 2.733 euro aan het bedrijfsuitje hebben bijgedragen of te wel 82 procent van de kosten van het evenement voor het bedrijf hebben betaald.

Dit is duidelijk weer een manier waarop een bedrijf als geheel voordeel behaald en de rekening bij een derde partij neerlegt. Daar was bij de ISP Kartcompetitie de ruimte en mogelijkheid toe. Echter verklaart het ook waarom het evenement stopt. Er valt voor een derde sponsor géén voordeel te behalen omdat het vooral een waardeverschuiving van de sponsor naar de bedrijven is. Het gevolg hiervan is dat het evenement nu niet meer georganiseerd wordt.

Dit zijn maar twee voorbeelden van hoe bedrijven over de rug van derden voordeel weten te behalen. Nog even los van de juridische kwalificatie laat een dergelijke gang van zaken een duidelijk gebrek aan fatsoen bij deze bedrijven zien. Wat mij betreft zijn beide casus te vergelijken met door hoge snelheid door een woonwijk rijden om op tijd bij een afspraak te zijn. Het eigen belang wordt volledig centraal gesteld ten nadele van anderen.

Dat bedrijven die keuze maken is natuurlijk logisch. Echter is het ook net zo logisch dat klanten geen zaken willen doen met bedrijven die op deze manier te werk gaan. Daarom ga ik in belangrijke mate inzetten op het op ISPGids.com laten zien hoe fatsoenlijk bedrijven zijn. Dat ga ik zichtbaar maken op een manier die voor klanten duidelijk en begrijpelijk is.

Wel als bedrijf deelnemen en niks bijdragen

Een bedrijf heeft er alle belang bij om het zijn klanten naar de zin te maken. De klanten zijn immers verantwoordelijk voor de omzet van het bedrijf. Daarom is het voor een bedrijf belangrijk om een positief beeld bij klanten te hebben. Wat leveranciers en anderen betreft die niet voor een bijdrage aan het resultaat leveren geldt iets anders. Het maakt niet zoveel uit hoe die naar je kijken, zolang als het géén geld kost dan maakt dat minder uit.

Het lijkt alleen om rechtstreeks gewin te draaien in de digitale infrastructuursector. De ISP Kartcompetitie stopt ermee, zo meldt organisator Anna Kocks aan Technite, omdat er vraagtekens bij het rendement wordt gezet. Daarnaast valt mij de zinsnede: “Hosters die het event mede mogelijk maakten zijn jaren geleden al als sponsors afgehaakt. De consolidatie bij datacenters en hosters speelt hier een grote rol.”.

Het is dan ook héél interessant om te zien dat het juist hosters zijn die deelnemen aan het evenement. Zelf ben ik een aantal jaar geleden gestopt met het bezoeken van de ISP Kartcompetitie omdat het voor mijn gevoel een collectief bedrijfsuitje van een aantal datacenters en hosters was geworden. Het was voor mij niet meer interessant om ernaar toe te gaan als journalist in het kader van nieuwsgaring en verslaggeving.

Wanneer je dan leest dat juist de datacenters en hosters juist al zijn afgehaakt dan is dat toch merkwaardig. Juist deze bedrijven gaan naar het evenement. Hele en halve bedrijven gaan er naar toe, vormen een team én het enige dat ze bijdragen is de fee voor de individuele deelnemers. Het is blijkbaar volstrekt normaal om te verwachten dat iemand anders voor de sponsoring zorgt én daarmee het grootste deel van de kosten voor het evenement draagt.

Het doet mij sterk denken aan de opstelling vanuit de digitale infrastructuursector richting de overheid. De bijdrage die wordt gevraagd of zelfs wordt opgelegd bij wet, is allemaal te moeilijk, te veel en te zwaar. Er wordt juist vanuit de sector verwacht dat de overheid haar helpt bij het bereiken van haar doelen. Het enige doel dat ik in de sector zie dat men lijk te willen bereiken is een zo hoog mogelijk rendement.

De reden dat de sector hier tot nu toe mee wegkomt is dat de overheid niet verwacht had te maken te hebben met een sector die zich gespecialiseerd heeft in het parasiteren op de rest van de maatschappij. Helaas heb ik daar zelf ook aan bijdragen omdat ik als lobbyist juist voor een positief beeld van de sector in Den Haag heb gezorgd.

De eerste Notice & Take Down Gedragscode noemde toenmalig staatssecretaris Heemskerk, na dat ik die namens de hele sector aan hem overhandigd had, nog een product dat hij naar het buitenland wilde exporteren. De huidige minister van Jusitie en Veiligheid Grapperhaus heeft direct na de openbaarmaking van de tweede versie, aangegeven dat deze niet ver genoeg gaat en heeft zelfs niet veel later ook wetgeving aangekondigd om dat zwaardere regime af te dwingen.

Als journalist vind ik dat een belangrijk signaal. Daarom zal ik als journalist de digitale infrastructuursector vanaf nu ook aan een zwaarder regime onderwerpen. Ik heb géén oordeel over de keuze voor rendement. Het enige dat ik nóg nadrukkelijker ga doen met ISPGids.com is klanten duidelijk maken of hun leverancier maatschappelijk gezien duurzaam bezig is of een parasiet die alleen profiteert.

Het naleven van gedragscodes

In de digitale infrastructuursector zijn er verschillende gedragscodes. De meest bekend is de Gedragscode Notice & Take Down en de daaraan gerelateerde gedragscode abusebestrijding. Daarnaast zijn er nog andere initiatieven zoals de Code of Conduct van de DHPA. Zelf heb ik ook jarenlang een gedragscode beheert die ik vorig jaar heb ingetrokken. Ondanks het feit dat er nog steeds ruim 300 bedrijven juridisch aan mijn gedragscode gebonden waren zag ik vooral nadelen om deze in stand te houden.

Het probleem was namelijk dat er nauwelijks sprake van naleving c.q. gebruik van de gedragscode was. De 10 materiële bepalingen waren door de algemene formulering nog steeds courant echter was er niemand meer in de hostingbranche die actief bezig was met de naleving ervan. Het risico bestond wel dat een slimme klant de gedragscode zou opduikelen en deze in rechte tegen een hostingbedrijf zou gebruiken.

Dat geldt ook voor de andere gedragscodes. Vooral de Code of Conduct van de DHPA vind ik interessant. Er staan namelijk ook een aantal stevige materiële bepalingen in. Zo moet elke deelnemer 24/7 telefonisch bereikbaar zijn in het geval van een storing of calamiteit. Ook moeten er specifieke maatregelen voor continuïteit worden getroffen zoals een verzekering tegen beroepsaansprakelijkheid. Daarnaast zijn er ook algemene verplichtingen zoals het respectvol omgaan met elkaars belangen.

Dat soort algemene bepalingen die vooral gaan over het gedrag van een bedrijf in brede zin zijn belangrijk. Het gaat immers over de hygiëne van een bedrijf. Het gaat dan niet alleen om zaken die een bedrijf zelf doet. Een bedrijf moet daarom ook geen partijen inschakelen die zijn handen wel vies maakt. Helaas zijn er de nodige personen in de sector die daar geen enkele moeite mee hebben en dat zoveel mogelijk proberen te verhullen. Dat soort partijen horen bedrijven géén zaken mee te doen.

Mijns inziens moet hier ook sprake zijn van een soort Notice & Take Down. Als een partij die zich schuldig maakt aan praktijken die niet door de beugel kunnen dan moet daar mee worden gestopt door die partij óf er moet (sectorbreed) afscheid worden genomen van zo’n partij. Concreet betekent dit dat ik overweeg om een registratie bij te houden van partijen die zich misdragen.

Het grote voordeel is dat gezien ik dat als journalist doe in het algemeen belang, er voor mij bepaalde uitzonderingen op de AVG gelden. Daarom hoef ik, om individuele personen op te nemen in de lijst, waarschijnlijk geen toestemming te vragen aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Het is namelijk van het grootste belang dat de sector gedragscodes daadwerkelijk naleeft en daarbij moet dan ook duidelijk zijn met welke partijen geen zaken moet worden gedaan in het kader van die naleving.

Het insourcen van de cloud

Het meest spannende aan de cloud is de kansen die de telkens verder ontwikkeling ervan biedt om insourcen mogelijk te maken. De cloud wordt traditioneel met outsourcen geassocieerd. Dat is echter een misvatting. De opwekking van stroom het afnemen daarvan via een netbeheerder wordt immers ook het niet outsourcen van de stroomopwekking van een bedrijf genoemd. De elektriciteit wordt immers opgewekt zonder rekening te houden met de gebruiker ervan. Er moet door de leverancier enkel worden gezorgd voor voldoende capaciteit zodat alle gelijktijdige gebruikers kunnen worden bediend.

Deze website zal functioneren als de meer vrije en minder gestructureerde vorm van de gegevens die ook te vinden zullen zijn in de overige websites van xCAT.nl Publishing op het gebied van digitale infrastructuur. In een zekere zin kan het verschil worden gezien als dat tussen een SQL- en een NoSQL-database. Deze website biedt de mogelijkheid om zaken voor te bespreken en nieuwe ontwikkelingen te signaleren vóór dat deze in de andere websites op een meer gestructureerde wijze worden geïmplementeerd.

Het is daarom op te merken dat Insourcen.com nadrukkelijk geen algemeen nieuwsplatform zal worden. Ondanks dat deze website onder journalistieke leiding van Arnout Veenman staat zullen vooral nieuwe ontwikkelingen die relevant zijn voor de andere websites worden gepubliceerd. Denk daarbij aan de implementatie van nieuwe gegevenssets en andere ontwikkelingen met betrekking tot die websites. Daarmee heeft deze website meer het karakter van een blog dan van een traditioneel journalistiek medium.

Het doel van deze website en de gerelateerde websites is om aan klanten van de digitale infrastructuursector duidelijk te maken wat de betrouwbare leveranciers in de sector zijn en waaraan die te herkennen zijn. Daarnaast is het ook de bedoeling om de verschillen tussen aanbieders en hun aanbod inzichtelijk te maken zodat klanten in staat te zijn om zelf een match te maken tussen hun behoeften en de leveranciers uit de digitale infrastructuursector.