Wel als bedrijf deelnemen en niks bijdragen

Een bedrijf heeft er alle belang bij om het zijn klanten naar de zin te maken. De klanten zijn immers verantwoordelijk voor de omzet van het bedrijf. Daarom is het voor een bedrijf belangrijk om een positief beeld bij klanten te hebben. Wat leveranciers en anderen betreft die niet voor een bijdrage aan het resultaat leveren geldt iets anders. Het maakt niet zoveel uit hoe die naar je kijken, zolang als het géén geld kost dan maakt dat minder uit.

Het lijkt alleen om rechtstreeks gewin te draaien in de digitale infrastructuursector. De ISP Kartcompetitie stopt ermee, zo meldt organisator Anna Kocks aan Technite, omdat er vraagtekens bij het rendement wordt gezet. Daarnaast valt mij de zinsnede: “Hosters die het event mede mogelijk maakten zijn jaren geleden al als sponsors afgehaakt. De consolidatie bij datacenters en hosters speelt hier een grote rol.”.

Het is dan ook héél interessant om te zien dat het juist hosters zijn die deelnemen aan het evenement. Zelf ben ik een aantal jaar geleden gestopt met het bezoeken van de ISP Kartcompetitie omdat het voor mijn gevoel een collectief bedrijfsuitje van een aantal datacenters en hosters was geworden. Het was voor mij niet meer interessant om ernaar toe te gaan als journalist in het kader van nieuwsgaring en verslaggeving.

Wanneer je dan leest dat juist de datacenters en hosters juist al zijn afgehaakt dan is dat toch merkwaardig. Juist deze bedrijven gaan naar het evenement. Hele en halve bedrijven gaan er naar toe, vormen een team én het enige dat ze bijdragen is de fee voor de individuele deelnemers. Het is blijkbaar volstrekt normaal om te verwachten dat iemand anders voor de sponsoring zorgt én daarmee het grootste deel van de kosten voor het evenement draagt.

Het doet mij sterk denken aan de opstelling vanuit de digitale infrastructuursector richting de overheid. De bijdrage die wordt gevraagd of zelfs wordt opgelegd bij wet, is allemaal te moeilijk, te veel en te zwaar. Er wordt juist vanuit de sector verwacht dat de overheid haar helpt bij het bereiken van haar doelen. Het enige doel dat ik in de sector zie dat men lijk te willen bereiken is een zo hoog mogelijk rendement.

De reden dat de sector hier tot nu toe mee wegkomt is dat de overheid niet verwacht had te maken te hebben met een sector die zich gespecialiseerd heeft in het parasiteren op de rest van de maatschappij. Helaas heb ik daar zelf ook aan bijdragen omdat ik als lobbyist juist voor een positief beeld van de sector in Den Haag heb gezorgd.

De eerste Notice & Take Down Gedragscode noemde toenmalig staatssecretaris Heemskerk, na dat ik die namens de hele sector aan hem overhandigd had, nog een product dat hij naar het buitenland wilde exporteren. De huidige minister van Jusitie en Veiligheid Grapperhaus heeft direct na de openbaarmaking van de tweede versie, aangegeven dat deze niet ver genoeg gaat en heeft zelfs niet veel later ook wetgeving aangekondigd om dat zwaardere regime af te dwingen.

Als journalist vind ik dat een belangrijk signaal. Daarom zal ik als journalist de digitale infrastructuursector vanaf nu ook aan een zwaarder regime onderwerpen. Ik heb géén oordeel over de keuze voor rendement. Het enige dat ik nóg nadrukkelijker ga doen met ISPGids.com is klanten duidelijk maken of hun leverancier maatschappelijk gezien duurzaam bezig is of een parasiet die alleen profiteert.

Het naleven van gedragscodes

In de digitale infrastructuursector zijn er verschillende gedragscodes. De meest bekend is de Gedragscode Notice & Take Down en de daaraan gerelateerde gedragscode abusebestrijding. Daarnaast zijn er nog andere initiatieven zoals de Code of Conduct van de DHPA. Zelf heb ik ook jarenlang een gedragscode beheert die ik vorig jaar heb ingetrokken. Ondanks het feit dat er nog steeds ruim 300 bedrijven juridisch aan mijn gedragscode gebonden waren zag ik vooral nadelen om deze in stand te houden.

Het probleem was namelijk dat er nauwelijks sprake van naleving c.q. gebruik van de gedragscode was. De 10 materiële bepalingen waren door de algemene formulering nog steeds courant echter was er niemand meer in de hostingbranche die actief bezig was met de naleving ervan. Het risico bestond wel dat een slimme klant de gedragscode zou opduikelen en deze in rechte tegen een hostingbedrijf zou gebruiken.

Dat geldt ook voor de andere gedragscodes. Vooral de Code of Conduct van de DHPA vind ik interessant. Er staan namelijk ook een aantal stevige materiële bepalingen in. Zo moet elke deelnemer 24/7 telefonisch bereikbaar zijn in het geval van een storing of calamiteit. Ook moeten er specifieke maatregelen voor continuïteit worden getroffen zoals een verzekering tegen beroepsaansprakelijkheid. Daarnaast zijn er ook algemene verplichtingen zoals het respectvol omgaan met elkaars belangen.

Dat soort algemene bepalingen die vooral gaan over het gedrag van een bedrijf in brede zin zijn belangrijk. Het gaat immers over de hygiëne van een bedrijf. Het gaat dan niet alleen om zaken die een bedrijf zelf doet. Een bedrijf moet daarom ook geen partijen inschakelen die zijn handen wel vies maakt. Helaas zijn er de nodige personen in de sector die daar geen enkele moeite mee hebben en dat zoveel mogelijk proberen te verhullen. Dat soort partijen horen bedrijven géén zaken mee te doen.

Mijns inziens moet hier ook sprake zijn van een soort Notice & Take Down. Als een partij die zich schuldig maakt aan praktijken die niet door de beugel kunnen dan moet daar mee worden gestopt door die partij óf er moet (sectorbreed) afscheid worden genomen van zo’n partij. Concreet betekent dit dat ik overweeg om een registratie bij te houden van partijen die zich misdragen.

Het grote voordeel is dat gezien ik dat als journalist doe in het algemeen belang, er voor mij bepaalde uitzonderingen op de AVG gelden. Daarom hoef ik, om individuele personen op te nemen in de lijst, waarschijnlijk geen toestemming te vragen aan de Autoriteit Persoonsgegevens. Het is namelijk van het grootste belang dat de sector gedragscodes daadwerkelijk naleeft en daarbij moet dan ook duidelijk zijn met welke partijen geen zaken moet worden gedaan in het kader van die naleving.

Het insourcen van de cloud

Het meest spannende aan de cloud is de kansen die de telkens verder ontwikkeling ervan biedt om insourcen mogelijk te maken. De cloud wordt traditioneel met outsourcen geassocieerd. Dat is echter een misvatting. De opwekking van stroom het afnemen daarvan via een netbeheerder wordt immers ook het niet outsourcen van de stroomopwekking van een bedrijf genoemd. De elektriciteit wordt immers opgewekt zonder rekening te houden met de gebruiker ervan. Er moet door de leverancier enkel worden gezorgd voor voldoende capaciteit zodat alle gelijktijdige gebruikers kunnen worden bediend.

Deze website zal functioneren als de meer vrije en minder gestructureerde vorm van de gegevens die ook te vinden zullen zijn in de overige websites van xCAT.nl Publishing op het gebied van digitale infrastructuur. In een zekere zin kan het verschil worden gezien als dat tussen een SQL- en een NoSQL-database. Deze website biedt de mogelijkheid om zaken voor te bespreken en nieuwe ontwikkelingen te signaleren vóór dat deze in de andere websites op een meer gestructureerde wijze worden geïmplementeerd.

Het is daarom op te merken dat Insourcen.com nadrukkelijk geen algemeen nieuwsplatform zal worden. Ondanks dat deze website onder journalistieke leiding van Arnout Veenman staat zullen vooral nieuwe ontwikkelingen die relevant zijn voor de andere websites worden gepubliceerd. Denk daarbij aan de implementatie van nieuwe gegevenssets en andere ontwikkelingen met betrekking tot die websites. Daarmee heeft deze website meer het karakter van een blog dan van een traditioneel journalistiek medium.

Het doel van deze website en de gerelateerde websites is om aan klanten van de digitale infrastructuursector duidelijk te maken wat de betrouwbare leveranciers in de sector zijn en waaraan die te herkennen zijn. Daarnaast is het ook de bedoeling om de verschillen tussen aanbieders en hun aanbod inzichtelijk te maken zodat klanten in staat te zijn om zelf een match te maken tussen hun behoeften en de leveranciers uit de digitale infrastructuursector.